Relatiebegeleiding haptotherapie

Relatiebegeleiding haptotherapie

Een praktijkvoorbeeld in de relatiebegeleiding haptotherapie

Het is wel erg stil in de wachtkamer. Als ik de deur open doe blijkt waarom: hij staart in de “Promotor”, zij bladert in de “Psychologie”. De spanning is om te snijden.
“Vertel eens, wat is er aan de hand” vraag ik, als we hebben plaatsgenomen. Veel hebben ze niet nodig. In no time zit ik tussen twee vuren: het ene verwijt, de verdediging en de volgende aanval vliegen door de kamer. Ik zet dit “gesprek” stil. Van praten worden we nu niets wijzer; we gaan iets doen.

Patroon

Ik vraag ieder aan een kant van de kamer te komen staan. De opdracht is: “Ik tel tot drie en dan lopen jullie naar elkaar toe”. Hij beent op haar af en mompelt: “nou, zand erover..” en als hij voor haar staat, wil hij haar naar zich toehalen. Zij staat beduusd, bevroren, stil. Ik zet dit beeld op mijn netvlies. Wat hier gebeurt, zou wel eens een patroon kunnen zijn van wat zich steeds voordoet.
Ik vraag aan haar “wat gaat er door je heen, wat heb je ervaren?”. Ze vertelt dat ze nog bezig was moed te verzamelen en bij zichzelf te rade ging of ze wel naar hem toe wilde lopen en toen stond hij al voor haar neus en daar schrok ze van, het stokte in haar lijf.
Ik vraag hem of hij haar gezien heeft. Hij vertelt: “nou ja zo kwaad ben ik eigenlijk niet, kom op: zand erover”. Hij was eigenlijk met zichzelf in gesprek; nee, hij heeft haar niet gezien.

We praten hierover na. Ze herkennen dit patroon in hun dagelijks leven. Zij heeft het gevoel dat ze geen ruimte krijgt van hem. Hij herkent dat hij over zijn gevoelens wil heenstappen en de regie wil houden. En ze zien dat ze helemaal niet op elkaar afgestemd waren.

Afstemming

De volgende opdracht is weer naar elkaar toe te lopen maar nu – indien mogelijk – wél op elkaar afgestemd. De ruzie waar ze mee binnen kwamen is blijkbaar over; ze lopen stap voor stap naar elkaar toe. De spanning die nu voelbaar is, is die van aftasten, bij zichzelf en bij de ander, hoe dichtbij wil ik, wat is voor nu de afstand die goed voelt voor mij. Ze eindigen tegenover elkaar, kijken elkaar aan en hebben elkaars handen vast.

Ook nu praten we na over wat ze allebei ervaren hebben. Hij wil eigenlijk wel meer nabijheid, maar merkt ook dat zij dat nu niet wil. Zij heeft meer tijd nodig. Het patroon (hij neemt ruimte, zij geeft hem ruimte) zal doorbroken moeten worden. Als huiswerk krijgt hij mee: zoek het even bij anderen, je vrienden, overal behalve bij haar. Hij realiseert zich dat hij het nu aan haar moet overlaten: hij moet de regie loslaten! Zij zal nu het initiatief moeten nemen en dat is het huiswerk voor haar en dit is voor haar nieuw. En eigenlijk voor beiden heel eng: “zo waren we niet getrouwd!”

Zo alleen ze binnen kwamen, zo samen – in verwarring dat wel – ze naar huis gingen.