Haptotherapie bij kinderen (2)

Haptotherapie bij kinderen (2)

Praktijkvoorbeeld haptotherapie bij kinderen

Luuk (8 jaar) heeft boze buien en is thuis dan niet te houden. Op school hebben ze hierover geen klachten. Luuk vindt het zelf ook vervelend en wil er graag van af.
jongetje, haptotherapie bij kinderen

Ballon

Ik vertel hem dat boze buien vaak te maken hebben met opgekropte spanning en wil dit laten zien aan de hand van het opblazen van een ballon. Ik geef hem en zijn moeder een ballon en neem er zelf ook één. We blazen onze ballonnen op en ondertussen kijk ik naar Luuk. Het is duidelijk dat hij dit spannend vindt: hij is op het puntje van zijn stoel gaan zitten, zijn schouders omhoog. Moeder stopt met blazen: “ik vindt het wel genoeg, ik wil niet dat hij klapt”. Oké en wanneer stop jij met blazen Luuk? Hij voelt aan zijn ballon, “De mijne kan nog wel hoor”. Maar even later durft ook hij niet verder te blazen.

Dan stel ik voor om de ballon zover leeg te laten lopen dat je een zachte ballon overhoudt, waar je ook lekker mee kan spelen. Ik vertel hem hoe dit ook zo werkt met oplopende spanning in zijn lijf en zijn boze buien. Dit maakt hem nieuwsgierig naar hoe dat dan precies gaat in zijn lijf. “Dat is goed; kom maar op de bank liggen”.

Warmte, aandacht

Zijn rug is strak, zijn benen liggen als potloodjes tegen elkaar aan. Ik raak hem aan op zijn rug en zijn benen en vertel wat ik voel. Ik vraag hem wat hij voelt. Zijn kuiten zijn hard en als ik er wat in druk doet het ook een beetje pijn. Ik vraag hem zijn aandacht te blijven houden bij wat hij daar voelt. Hij ontspant onder mijn handen. Na verloop van tijd kan ik hem ook in zijn taille aanraken, zijn benen liggen losjes op de bank en hij doet zelfs af en toe zijn ogen dicht en moet er af en toe even van zuchten. Hij is, met andere woorden, ontspannen.

Zijn moeder is wel verbaasd over wat ze ziet. “Tja, hoe leg je dat nu uit”, zeg ik tegen Luuk. Hij weet het ook niet, die handen voelen gewoon fijn….! Tegen moeder zeg ik dat het handen zijn die er voor hem zijn, met warmte, aandacht en betrokkenheid.

Spanning

Dan vertel ik dat ik ook zó kan aanraken, waarbij ik een been stevig vastpak. Ik voel dat hij weg wil trekken maar hij doet dat niet. Als ik hem daarnaar vraag zegt hij dat hij dat ook gevoeld heeft. “Kijk, en als jij nu niets doet, bijvoorbeeld je been terugtrekken of niet tegen mij zeggen daarmee op te houden, dan komt er steeds meer spanning en als je er dan uiteindelijk helemaal genoeg van hebt dan ontplof je; je ballon klapt”. Hij wil nu ook wel dat ik loslaat en hij voelt hoe de spanning ook weer langzaam wegebt.

Qualitytime

Tot slot raak ik zijn benen nog een keer één voor één, met zijn voeten erbij, helemaal aan, waardoor hij zich weer volledig kan ontspannen. Op de vraag wat hem zou helpen om het zo ‘zacht’ te houden, zegt hij dat hij wel zou willen dat zijn moeder hem voor het slapen gaan ook even zo lekker kon aanraken. Ik vul aan: “dan heb je ook even de tijd om te kletsen en iets over de afgelopen dag te vertellen wat zo leuk of wat moeilijk was”. En met een knipoog naar moeder: “dat wordt ook wel “quality time” genoemd”.