Haptotherapie bij kinderen (1)

Haptotherapie bij kinderen (1)

Praktijkvoorbeeld haptotherapie bij kinderen

Franka (17 jaar) komt samen met haar moeder voor de eerste keer. De maatschappelijk werkster had voorgesteld dat haptotherapie misschien iets voor haar is, omdat Franka zoveel moeite heeft om te praten. Ze had altijd al de neiging om de kat uit de boom te kijken, maar inmiddels lijkt het alsof ze niets meer durft.

Na een kort gesprek besluit ik om niet alleen met haar te praten, maar ook iets met haar te doen. Ik vraag Franka of ze iets weet over haptonomie en de toepassing ervan: haptotherapie. Ze had het wel gegoogled, maar daar was ze niet echt veel wijzer van geworden.

Zitten

Teddy beer, altijd vriend
Ik vraag haar om op de behandelbank te komen zitten en ik ga op zo’n 30 centimeter afstand naast haar zitten. Ik vraag “hoe voelt dit voor jou?” Ze zegt dat het niet veel uitmaakt, maar ik zie dat ze zich van mij afwendt. Ik vraag wat haar lijf ervan vindt: zit ze nog op allebei haar billen of nog maar op één? Ja, verhip, ze zit inderdaad op één bil. Ze merkt nu aan haar lijf dat ze zich wat heeft afgewend. Ik stel voor dat zij naast me komt zitten op een afstand die goed voor haar voelt.

Het valt dan op dat wij meer samen en moeder meer alleen zit. Dan ga ik naast moeder zitten, waardoor Franka alleen op de behandelbank zit. Ze zegt dat ze zich nu vervelend voelt, alsof moeder en ik een bondje hebben gesloten. Ze herkent het gevoel van buitengesloten te lijken. Op school werd ze gepest en deed ze steeds verwoede pogingen om erbij te horen. Ze gaf dat na verloop van tijd op en ging zich steeds meer terugtrekken.

We stoeien nog meer met het innemen van verschillende plaatsen. Elke keer weer merkt ze dat het op een andere plaats verschillend voelt. Ik vraag haar of zij het nu zó kan regelen dat het voor haar 100% OK is. De hobbel die ze nu moet nemen herkent ze: duidelijk maken wat ze wil vindt ze eng.

Uiteindelijk zitten Franka en haar moeder naast elkaar en ik tegenover hen. Zo voelt zij zich het meest op haar gemak. Franka vertelt dat ze bij binnenkomst ook op de stoel wilde gaan waar moeder op zat. Lekker met de rug tegen de muur, met zicht op de deur. Haar eerste ingeving was dus de beste.

We praten nog even na. Want hoe raar Franka dit “stoeltje verwisselen” ook vindt, in het dagelijks leven kom je deze situatie vaak tegen. In de bus, in de rij bij de supermarkt, op school en noem maar op.

Voelen

Bij het maken van een nieuwe afspraak vraag ik of ze samen met haar moeder of alleen wil komen. “Het maakt me niet uit”, zegt Franka terwijl ze vragend naar haar moeder kijkt. Ik ga niet akkoord met het maakt me niet uit, dit is hetzelfde als: ik doe er niet toe. Het duurt even voordat Franka weet wat zij nu werkelijk wil en het is moeilijk om dat zo maar te zeggen. Haar moeder zegt verwonderd: “het gaat hier echt over alleen maar voelen”.

Tja, daar heb ik niets meer aan toe te voegen.